HomeUit de FractieGeloof in de politiek?

Geloof in de politiek?

Geloof in de politiek?

Regelmatig klinken geluiden dat het verwijzen naar een in alle opzichten leven naar Gods geboden niet in de raadszaal thuishoren. Als argument wordt dan genoemd dat kerk en staat gescheiden zijn in ons land. De vraag is of het beroep op deze scheiding klopt, of dat er sprake is van een hardnekkig misverstand.

Invloed van de kerk

Wie zijn geschiedenislessen goed geleerd heeft, weet dat ons land een Gouden Eeuw heeft gekend. Onze toenmalige Republiek was (evenals nu ons koninkrijk) klein van omvang, maar had grote invloed op het wereldgebeuren. Een machtig land zoals Spanje heeft het toen tegen ons landje af moeten leggen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. En juist toen, in die glorierijke tijd, had de kerk een grote invloed op allerlei terreinen. Wie de preken uit die tijd leest, merkt dat de predikanten vanuit de Bijbel veel lijnen getrokken hebben om tot een goede samenleving te komen.

Scheiding kerk en staat

Dat kerk en staat gescheiden zijn, is pas sinds twee eeuwen het geval. Na een van de ingrijpendste en bloedigste omwentelingen in de wereldgeschiedenis in naam van een vrijheid zonder God, de Franse Revolutie (1795), is uitgesproken dat kerk en staat geen invloed op elkaar mogen hebben. Dat betekende het volgende:

  • Geen kerkstaat, waarbij één kerkgenootschap een heersende invloed heeft op allerlei terreinen, waaronder de regering.
  • Geen staatskerk, waarbij de regering grote invloed heeft op het reilen en zeilen in de kerk.

Dat zorgde niet voor eenduidigheid, integendeel. Er kwamen al snel verschillende meningen over de invloed van het geloof op de politiek naar buiten:

  • Het terrein van de overheid is een neutraal terrein. Daar hoort geen geloof thuis. Geloof is een privézaak.
  • Het terrein van de overheid is een neutraal terrein. Daar mogen alle overtuigingen naar buiten gebracht worden, maar niemand mag zijn waarheid als de enige waarheid aan de ander opleggen.

Tussen deze twee meningen zijn veel schakeringen mogelijk.
Wie heeft gelijk? Geen van beide!

Neutraliteit bestaat ten diepste niet

Bij neutraliteit wordt ervan uitgegaan dat iemand geen keuze maakt voor beginselen die gegrond zijn op een vaste waarheid. Iemand die neutraal wil zijn zal dan ook niet uitgaan van vaste waarheden, zoals het uitgangspunt dat de Bijbel de Waarheid is, maar ook niet van het uitgangspunt dat de Bijbel niét de Waarheid is. Beide uitgangspunten gaan uit van een vaste veronderstelling. En dan moeten we allemaal eerlijk zijn: neutraliteit is een onmogelijke zaak. Een socialist heeft socialistische uitgangspunten, een liberaal heeft liberale uitgangspunten en een christen heeft Bijbelse uitgangspunten. Als we dat erkennen, is er al veel gewonnen. Het is ook goed als mensen hun standpunt ergens aan ontlenen. Anders regeert de waan van de dag. Of gaat het om de mening van meerderheden, die elke week kunnen wisselen, met jojobeleid als gevolg. Het debat in ‘s lands vergaderzalen wordt dus gevoerd vanuit verschillende uitgangspunten en grondslagen. Als we elkaar als mensen maar in waarde laten! Waarbij we toch altijd de ander zullen proberen te overtuigen van de juistheid van de eigen uitgangspunten. Als dat niet meer mag, dan stopt het gesprek. Dan vindt er geen samenleven, maar uitsluiten plaats.

Toch neutraliteit

Men gaat in ons land uit van een neutrale staat. Men wil het te voeren beleid niet baseren op Gods geboden. De Bijbel is dan geen leidraad meer. Maar hoe je het ook went of keert: ieder mens is op zoek naar zingeving. Een goede regering zal dan ook erkennen dat mensen behoefte hebben aan iets wat boven het hier en nu uitstijgt. Het is daarom verstandig, zo wordt op bestuurlijk niveau gedacht, om daar dan ook over na te denken hoe je dat doet. In 2009 zei PvdA-minister Ter Horst het zo: ‘Er is veel onzekerheid over de relatie tussen kerk en staat, vooral door de opkomst van de islam. Dat merk je aan vragen vanuit de gemeenten, maar ook aan de aandacht in de politiek en media voor allerlei kwesties die op dit gebied spelen. Een lokale subsidie aan een religieuze organisatie leidt tegenwoordig al gauw tot Kamervragen. Die onzekerheid kan leiden tot krampachtigheid. Dat is onnodig en onwenselijk omdat de scheiding tussen kerk en staat geen waterscheiding is. Sterker nog, ik denk dat het heel goed is als een gemeente een ontspannen verhouding heeft met alle genootschappen. Ik zou als gemeentelijk bestuurder van alle mogelijkheden gebruik willen maken om de mensen van je gemeente te kunnen bereiken.’ Ze zei dit bij een conferentie Religie en Publiek domein. Relatie tot gemeentelijk beleid (zie: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2009/04/01/tweeluik-helpt-gemeenten-met-scheiding-kerk-en-staat).

Geloof in de politiek?

We keren terug naar het begin. Moet een verwijzing naar Bijbelse richtlijnen voor een heilzame samenleving verboden worden op grond van de scheiding tussen kerk en staat? En is een scheiding tussen kerk en staat hetzelfde als een scheiding tussen geloof en politiek?

De scheiding tussen kerk en staat is een realiteit, of je daar blij mee bent of niet. Het is een gegeven, waar niemand omheen kan. Geen kerkstaat, geen staatskerk: dat is duidelijk.

Maar betekent dat dat het geloof te vergelijken is met een jas die je uittrekt voordat je de raadszaal ingaat? Mag een socialist wel zijn socialistische jas en een liberaal wel zijn liberale jas aanhouden, maar een christen geen Bijbelse uitgangspunten uitdragen? Als we mensen het recht gaan ontzeggen anderen te overtuigen van de waarheid van hun beginselen, neigt dat naar een dictatuur, waarin een groep mensen de mond gesnoerd wordt vanwege onwelgevallige uitgangspunten. Dit zaagt de pilaren onder de democratie weg. Democratie is toch: luisteren naar elkaar, naar wat de ander beweegt, wat de ander verstandig vindt en elkaar dan op grond van argumenten bevragen?

Politiek bedrijven betekent uiteindelijk dat we op zoek zijn naar een samenleving waarvan we vinden en geloven dat die het beste is voor iedereen. Een SGP-er vindt daarvoor een oproep in de Bijbel: En zoekt den vrede van de stad (…), en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben (Jeremia 29:7). Het zoeken naar het beste voor de samenleving is enerzijds de samenbindende factor tussen politieke partijen, anderzijds zorgt dat voor voortdurend debat. Laten we dat niet uit de weg gaan.

Geloof in de politiek: ja dus!

T. Vlot